Startpagina.

Japan algemeen
Japan
Japanse gedragregels
Leven in Japan
Japanse taal
Japanse keuken
Bezienswaardigheden

Japanse tuinen

Inleiding en geschiedenis
Typen en kenmerken
Tuinen in Japan
Japanse tuin aanleggen
Tuinbonsai
Bonsai

 

Japanse tuinen.


Typen Japanse tuinen.

  Er bestaan vele typen Japanse tuinen. Grosso modo kunnen we de volgende onderscheiden.

  • De 'landschapstuin' of 'tsukiyama'. ('tsukiyama' betekent 'kunstmatige heuvel').
  • De 'droge tuin' of 'karesansui'. ('sansui' betekent letterlijk 'berg-water' maar staat voor 'landschap'. 'kare' komt van het werkwoord 'kareru' dat 'verdorren' of 'verdrogen' betekent. Dit type tuin wordt ook wel zentuin genoemd, vanwege de meditatieve functie).
  • De 'theetuin' of 'chaniwa'. ('cha' betekent 'thee' en 'niwa' betekent 'tuin').
  • De 'binnentuin' of 'tsuboniwa'.
  • De 'wandeltuin', eigenlijk een tussenvorm tussen de landschapstuin en de theetuin.

    Tsukiyama-tuin.
    Tsukiyama betekent 'kunstmatige heuvels' en dit is dus het type tuin waarin kunstmatige heuvels mogelijk zijn. Dit betekent dat het over het algemeen grote tuinen zijn, tuinen met echte landschappen, 't liefst met bijv. een brug, met een waterval en met wandelpaden. Overigens zien we deze tsukiyama ook bij de hieroder te bespreken wandeltuinen.


    Een typische tsukiyama-tuin.


    Karesansui-tuin (zentuin)
    Dit type tuin is ontstaan vanuit het zenboeddhisme waarbij immers de meditatie een belangrijke rol speelt. De karesansui of droge tuin is geen tuin om in te lopen maar om bij te zitten en kijkend naar de tuin te mediteren. De tuin is dan ook meestal een onderdeel van een tempel en er is een soort verhoging of veranda omheen gebouwd zodat eenieder daar rustig kan zitten mediteren. Het is meestal rechthoekig waarbij het grootste deel uit fijn grind bestaat en een enkele keer zand. Men kan dit fijne grind of zand vaak zien schitteren in het zonlicht omdat er kleine stukjes mica in vermengd zijn.In het grind zijn kleine eilandjes aangebracht van aarde waar mos opgroeit met enkele grote stenen, meestal een oneven aantal. Het grind wordt elke dag door monniken geharkt met een zeer groftandige hark waardoor de illusie van zeegolven ontstaat. De eilandjes met de stenen kunnen allerlei symbolische betekenissen hebben, zoals een schip of een boeddha. Soms worden er kleine landschappen met watervallen nagebootst. Vaak is er een heuvel(tje) gemaakt dat dan de bekende berg Fuji voorstelt (bijv. bij de Ginkakuji). Door weerkaatsing van het maanlicht op de glinsterende grind of zandheuvel kunnen 's avonds hele mooie effecten ontstaan.


    Karesansui-tuin (zentuin)


    De 'theetuin' of 'chaniwa'
    De theetuin stamt uit de Momoyamaperiode (1573 - 1600) en bestaat in principe uit het pad dat naar de theehuis leidt. Het is echter de bedoeling dat de gast, al wandelende naar het theehuis, met zijn gedachten het dagelijkse leven achter zich kan laten. Door bochten in het paadje te maken en de beplanting te variëren loopt men van het ene fraaie tafereeltje in het andere en aldus kan men zijn geest leeg maken waardoor men klaar is voor de theeceremonie. De hele tuin straalt rust uit, mede door de gekozen beplanting. Het pad wordt door de gastheer schoongeveegd maar omdat het pas perfect is als het niet helemaal perfect is laat de gastheer een paar mooie bladen liggen of schudt nog even aan een boom zodat er nog een paar blaadjes vallen. Als de gastheer klaar is met zijn voorbereidingen voor de theeceremonie en de gasten kunnen komen besprenkelt hij het pad met water en weten de gasten dat zij welkom zijn. Een andere Japanse naam voor de chaniwa is 'roji'. De betekenis is afhankelijk van de tekens (kanji) die men gebruikt en kan zijn: pad, laan, grondpad maar ook bedauwd pad, de betekenis die het waarschijnlijk oorspronkelijk had en mogelijk ligt hier ook de verklaring voor het besprenkelen van het pad. Was het aanvankelijk het pad dat zo genoemd werd, nu is 'roji' de naam voor de hele tuin. Langs het pad staan vaak een paar stenen lantaarns, maar niet teveel, en bij het theehuis staat een tsukubai of waterbassin waarin steeds vers water stroomt en men de handen en de mond kan reinigen voordat men deelneemt aan de ceremonie. Bij de tsukubai ligt dan een enkele mooie rode Camelliabloem ter verwelkoming van de gasten.


    Tsuboniwa
    In de Heianperiode ontstonden kleine tuinen op de binnenplaatsen van de grotere huizen. Het waren maar kleine tuintjes van slechts een paar vierkante meter, die waren omringd door muren. Tsubo is een oude oppervlaktemaat die overeenkomt met ong. 3m². Men plantte er laagblijvende planten, mos soms een enkele boom en er kwam ook grind in de tuin. Hoewel aanvankelijk alleen bedoeld als kijktuin kwamen er later ook stapstenen en werden het hele kleine wandeltuintjes.


    Tsuboniwa of binnentuin - buitenzicht - zicht van binnenuit


    Wandeltuin
    De wandeltuin is een tussenvorm van een landschapstuin en de theetuin. Ze ontstonden in de Edoperiode toen de daimyo (landheren) tuinen gingen aanleggen. Net als in de landschapstuinen zien we ook hier de waterpartijen met bruggen, wandelpaden, watervallen en liefst nog een theepaviljoen. Heel typisch voor deze tuin zijn vaak de doorkijkjes die men heeft gecreëerd, daarbij gebruik makend van 'geleende landschappen' of 'shakkei'. Hierbij benut men de bestaande landschappen, zoals bergen in de verte, die dan deel uitmaken van de doorkijkjes. Een mooi voorbeeld van een wandeltuin is de Kenroku-en in Kanazawa welke je op nevenstaande foto kan bewonderen.




    Bovenstaande tuinstijlen worden tegenwoordig gezien als hoofdstijlen maar er zijn natuurlijk allerlei combinaties en varianten op deze stijlen mogelijk. De droge tuin wordt nog wel eens gecombineerd met een wandeltuin enz....

    Bron : www.uchiyama.nl
  • www.dekoi.info - Instellen als startpagina.

    Home  Adverteren  Info  Gebruiksvoorwaarden  Advisor  Help